De gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester, zoals opgetekend in Lucas 16:1-15, is een tot nadenken stemmende, zo niet verwarrende passage. Op het eerste gezicht lijkt het te gaan over het gebruik – en misbruik – van geld en bezit. We zien hier de handelingen van een sluwe werknemer die op het punt staat ontslagen te worden vanwege wanbeheer. Er wordt niets gezegd over zijn exacte misstap; maar het wordt duidelijk dat hij zijn macht over het bezit van zijn meester gebruikte om de vriendschap van anderen te winnen, om zo zijn toekomst veilig te stellen.

Hij besluit om “de boeken te vervalsen” door de schulden van zijn meester’s debiteuren met 25% op tarwe en 50% op olie te verlagen. Dit moet de schuldenaren zowel verbaasd als verheugd hebben. Als deze gelijkenis inderdaad gaat over geld en bezit, dan is het goed om ons te herinneren dat onze houding tegenover aardse bezittingen iets zegt over onze wijsheid of dwaasheid, betrouwbaarheid of onbetrouwbaarheid, gierigheid of vrijgevigheid. Dus ja! Er is het fundamentele punt van eerlijkheid en het misbruiken van andermans bezit voor persoonlijk gewin. Maar er zit ook een diepere boodschap in deze gelijkenis.

De handelingen van de hoofdpersoon in deze gelijkenis benadrukken de waarde van relaties en gemeenschap. Zijn angst voor de toekomst — ontslag, lichamelijk ongeschikt om zwaar werk te doen, en te trots om te bedelen (vers 3) — dwong hem ertoe om alternatieve strategieën te overwegen. Hij wilde, na zijn ontslag, dat mensen hem in hun huizen zouden ontvangen (vers 4). Hij wilde geen buitenstaander worden. Hij probeerde zijn penibele situatie te keren door het toepassen van het principe dat in het Guyanese spreekwoord wordt verwoord: “Hand wast hand en samen worden ze schoon.”

Menselijke relaties en acceptatie door de gemeenschap zijn van cruciaal belang voor een zinvol bestaan. Mensen zijn gemaakt voor verbondenheid; we hebben elkaar nodig om te overleven. Zoals John Donne het schreef: “Geen mens is een eiland, geheel op zichzelf… We hebben elkaar nodig.” De intenties van de rentmeester wijzen op het feit dat stigma, discriminatie, isolatie en eenzaamheid indruisen tegen ware menselijkheid. Alleen door gemeenschap kunnen we samen door duisternis, ziekte, echtscheiding, werkloosheid en gebrokenheid heen, en worden tot geheelde mensen van God.

Het is betreurenswaardig dat deze man pas de waarde van zijn gemeenschap inzag toen hij met zijn rug tegen de muur stond. Toen het hem goed ging en hij nog in de gunst van zijn meester was, leek hij niet om anderen te geven. Het is goed denkbaar dat hij de goederen van zijn meester voor exorbitante prijzen verkocht. Nu hij echter op een ramp afstevende, zocht hij plotseling steun bij de gemeenschap.

Om allerlei redenen bevinden ook wij ons soms in omstandigheden waarin we anderen nodig hebben om te overleven en zinvol te leven. Charles Wesley had dan ook gelijk toen hij zijn pleidooi verwoordde:

“Help ons om elkaar te helpen, Heer,
Elkanders kruis te dragen,
Laat ieder hulp betonen, weer
Zijn broeder zorg te dragen.

Help ons elkaar op te bouwen,
In liefde te vertrouwen.”

Overdenking: Wij zijn geschapen voor gemeenschap en onderlinge afhankelijkheid.

Gebed: Heer, help ons te onthouden dat wij zijn gemaakt om voortdurend gemeenschap te omarmen, en niet alleen als we in nood verkeren. Om Christus’ wil. Amen.

Door: Everald Galbraith
Oktober 2022

Sign Up for Our Newsletter

Join Us to Stay Updated