Zusters en Broeders,
Advent is aangebroken. Een nieuw liturgisch jaar begint, en voor de liturgische kerk begint de cyclus opnieuw waarin wij nadenken over wat God heeft gedaan in de tijd, in de menselijke geschiedenis.
Beginnen is goed. Het biedt tijdgebonden mensen zoals wij de kans om opnieuw te beginnen. Natuurlijk biedt elke nieuwe dag nieuwe mogelijkheden om bewuster met God te wandelen. Maar wanneer de Advent begint, kunnen we dat samen doen, zodat het een gezamenlijk nieuw begin is voor de gemeenschap.
Welke vorm van vernieuwing kunnen we samen benadrukken nu we een nieuw Adventsseizoen ingaan?
Laten we niet vergeten dat we geroepen zijn om te focussen op de eschatologische hoop die ons toebehoort. Voor het geval dat woord onbekend klinkt: eschaton is Grieks voor “het laatste”, “het einde”, maar de focus ligt eigenlijk op de vervulling. We kijken uit naar de vervulling van Gods koninkrijk — of liever gezegd: verwantschapsrijk (kin-dom), een hedendaags woord dat de nadruk legt op onderlinge verbondenheid. We moeten ons wel realiseren dat hoop hier geen vage wens is, maar verankerd is in de zekerheid van Gods trouw. God is trouw — dat kunnen we bevestigen als we nadenken over hoe Hij in het verleden met ons en de mensheid is omgegaan. Dus gaan we de toekomst tegemoet met die hoop: wat God heeft beloofd, zal Hij vervullen.
De Adventshoop spoort ons dus aan om terug te kijken naar wat God in het verleden heeft gedaan — zoals het vervullen van de belofte van een Redder die naar de aarde kwam en onze menselijkheid deelde. Hij leefde en stierf om ons te redden en heeft beloofd in heerlijkheid terug te komen.
De verkondiging tijdens Advent vereist dan ook dat we geworteld zijn in het heden — in wat God nú doet — terwijl het ons tegelijk oproept om terug te blikken en vooruit te kijken naar de komst van Christus’ verwantschapsrijk.
Ik gebruik hier bewust het 21e-eeuwse woord kin-dom, dat ons dwingt na te denken over relaties die onze gedeelde menselijkheid weerspiegelen terwijl we samen onderweg zijn naar onze bestemming in Christus. Misschien zet dat ons ook aan tot nadenken over de vernieuwing die nodig is. Hoe toegewijd zijn wij geweest aan het winnen van verwante zielen en het enthousiasmeren van nieuwe mensen om ook uit te zien naar het komende Rijk van Christus? Nemen we zielenwinst wel serieus genoeg? Hebben we Operatie Andreas misschien liever links laten liggen? Zijn we bereid om verder te gaan in Christus zonder anderen uit te nodigen tot deelname aan het nieuwe leven?
Laten we niet vergeten dat Christus ons oproept om discipelen te maken terwijl we anderen winnen voor deze beweging die de Kerk van Christus heet. Dan kunnen we samen op weg gaan, uitziend naar Gods beloofde vervulling voor allen die zijn wederkomst verwachten.
In dit seizoen van bekering — want Advent is ook een tijd van inkeer — moeten we misschien zoeken naar vernieuwing in een verdiept verlangen om nieuwe zielen voor de Heer te winnen. En omdat dit in overeenstemming is met Gods wil, mogen we verwachten dat Hij ons zal helpen samen vooruit te gaan terwijl wij de eschatologische hoop delen.
Zing voor de Koning die komt om te regeren. Glorie aan Jezus, het Lam dat geslacht is!
Leven en redding brengt zijn rijk. Vreugde voor de volken wanneer Jezus Koning is.
Uw dienaar in Gods dienst,
Joan Delsol Meade, Predikant