DE METHODISTISCHE KERK IN HET CARIBISCH GEBIED EN AMERIKA (MCCA) DOOP

1. DE MCCA: WIE ZIJN WIJ?
De Methodistenkerk in het Caribisch gebied en Amerika (MCCA) is een verbond van methodistische kerken dat haar plaats in de Universele Kerk (het Lichaam van Christus) opeist en koestert. De Methodistenkerk is door God gesticht om schriftuurlijke heiligheid te verspreiden en de natie te hervormen, en verkondigt een evangelisch geloof. Wij aanvaarden de Bijbel als geloofsregel, de fundamentele leerstellingen van de historische geloofsbelijdenissen van de Kerk (de Apostolische en Niceaanse Geloofsbelijdenis) en de fundamentele principes van de protestantse Reformatie. Wij erkennen twee sacramenten: de Heilige Doop en het Avondmaal, DCO 3(1)[1].

2. WAT IS HET SACRAMENT VAN DE HEILIGE DOOP?
Een sacrament is een religieuze ceremonie die de genade van God schenkt. Het wordt geïllustreerd en geboden door Jezus en legt de kerk een eeuwige verplichting op.

Het sacrament van de Heilige Doop markeert de genadegave door God en is Gods aanvaarding van de gedoopte in de gemeenschap van Christus’ Kerk. De verwachting is dat de persoon, door de werking van de Heilige Geest en christelijke opvoeding, een trouwe discipel zal zijn tot het einde van zijn of haar leven.

Dit contrasteert met sommige kerken die de doop niet als een sacrament beschouwen, maar simpelweg als een verordening. In de Methodistenkerk is de doop echter meer dan een verordening. Het is sacramenteel. Bij een verordening is het de bedoeling om een gebeurtenis zoals de doop van Jezus symbolisch te herbeleven en ligt de nadruk op het initiatief van het individu, terwijl bij een sacrament de nadruk ligt op het werk van God in het leven van het individu.

3. WAAROM DOOP MEN?
i) We dopen in gehoorzaamheid aan Christus’ gebod (Matteüs 28:16-20; Marcus 16:15-16).

Ga daarom op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, 20en hun te leren zich te houden aan alles wat Ik jullie geboden heb (Matteüs 28:19-20).

Vanaf de vroegste tijden heeft de Kerk deze voortdurende verplichting om te dopen in de naam van de Drie-enige God en te leven volgens de eisen van Gods Koninkrijk omarmd.

ii) Wij dopen omdat de doop een inwijdingssacrament is.

In de vroege Kerk werden mensen door de doop verwelkomd in de geloofsgemeenschap en onderscheidden zij zich door in gemeenschap te zijn met Christus, het Hoofd van de Kerk (1 Korintiërs 1:12-13, 12:13). De gedoopte wordt opgenomen in de gelovige, aanbiddende gemeenschap (“de gemeente van de kudde van Christus”, Efeziërs 2:19). Hij ontvangt het initiërende teken en zegel van het nieuwe genadeverbond in Jezus Christus. (Handelingen 2:42-27).

iii) Wij dopen omdat de doop als sacrament van betekenis is in het leven van de kerk.

De doop is niet slechts de geïsoleerde handeling die gedefinieerd wordt door de ervaring van besprenkeling, begieting of onderdompeling, wanneer de doop wordt verkondigd in de naam van de Drie-enige God. Het maakt deel uit van een proces van vorming in Christus dat het hele leven van de gedoopte duurt.

De doop is belangrijk, maar het is geen redding en ook niet noodzakelijk voor de redding. Het bevestigt de onschatbare functie van de gemeenschap in het leven van de gelovige. Echter, in gevallen waarin de doop niet mogelijk of praktisch is, doet het de redding van een persoon niet in diskrediet.

4. WIE DOOPT WIJ?

Wij dopen personen van alle leeftijden die nog niet eerder gedoopt zijn.

i) Wij dopen baby’s en kinderen:
a) Vanwege de voorziening van Gods genade.

Methodisten geloven dat Gods genade (Gods onverdiende liefde) vrij, soeverein, onvoorwaardelijk en preveniërend is. Deze strekt zich uit tot iedereen en dankzij die genade wordt men deel van de familie van God (Efeziërs 2:8-9; Titus 3:5). Hoewel er momenten zijn waarop iemand een beslissing neemt als reactie op en om toegang te krijgen tot Gods genade, is opname in de geloofsgemeenschap volledig een daad van Gods genade. Om deze reden werden baby’s/kinderen door Christus omarmd als legitieme leden van het Koninkrijk van God. Wij hebben er het volste vertrouwen in dat door de bediening van getuigenis en geloof van de kerk, genade beschikbaar wordt gesteld aan hen en aan degenen die voor hen zorgen.

“Want de belofte is voor u, voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn, voor allen die de Heer, onze God, tot Zich roept” (Handelingen 2:39).

b) Vanwege de belofte van de gave van de Heilige Geest.

De Heilige Geest stelt ons in staat om gelovigen in Christus te worden en te leven. In de doop bevestigen we de aanwezigheid en het werk van de Heilige Geest in het leven van het kind (Handelingen 2:17).

c) Vanwege Gods nieuwe verbondsrelatie met de mensheid

Gods verbond met Israël was een geloofsverbond, waarbij allen die geloofden kinderen van Abraham en dus kinderen van God werden. Baby’s en kinderen werden in dit verbond opgenomen, met de besnijdenis als inwijdingsrite. De doop is voor de Kerk de inwijdingsrite die staat voor het aangaan van deze relatie met God (Galaten 5:6).

d) Omdat de doop een genademiddel is

Het is een genademiddel waardoor geloof kan worden gewekt en gevoed in baby’s, ouders en de geloofsgemeenschap, en waardoor het verantwoordelijkheidsgevoel bij ouders en de kerk voor de christelijke opvoeding van het kind kan worden versterkt.

e) Omdat het in overeenstemming is met Bijbelse principes en praktijk.

Er zijn verschillende verwijzingen naar gezinsdoop die wijzen op de doop van baby’s (1 Korintiërs 1:16, Handelingen 16:14-15, 31-33). John Wesley zegt over de doop van Lydia en haar gezin: “Wie kan geloven dat er in zoveel gezinnen geen kind was?” Bovendien verwijst Paulus, wanneer hij spreekt over de doortocht door de Rode Zee, naar de doop van baby’s en kinderen (1 Korintiërs 10:1-2, Exodus 12:37).

iii) Wij dopen volwassenen die nooit gedoopt zijn

De doop, als inwijdingsritueel, houdt geen rekening met iemands leeftijd. Volwassenen worden echter gedoopt wanneer ze deel uitmaken van de geloofsgemeenschap. Van hen wordt verwacht dat ze een geloofsbelijdenis in Jezus Christus afleggen en de rol van de gemeenschap in de verdere ontwikkeling van hun geloof omarmen. Geloof berust op de zekerheid van wat God voor ons doet, en niet op de doop.

De gangbare praktijk van de volwassenendoop in het Nieuwe Testament was een natuurlijk gevolg van de nieuwe en evangelische context van het geloof. De groei van de gemeenschap bood de mogelijkheid om kinderen en baby’s in het geloof te ontvangen en op te voeden. Tegenwoordig gaat het niet om ‘volwassenen’ of ‘kinderen’; een kerk die nieuwe bekeerlingen krijgt, zal volwassenen hebben die gedoopt kunnen worden en een kerk die de geloofsgemeenschap laat groeien, zal kinderen hebben die gedoopt kunnen worden.

5. HOE DOOPT MEN?

i) We dopen met water, zoals in de Schrift wordt gepraktiseerd, omdat water een element is dat symbool staat voor reiniging, zuivering en onze geestelijke wedergeboorte, en voor het ontvangen van de kracht van de Heilige Geest. [Johannes 3:5, Handelingen 2:38]

ii) We dopen met behulp van één van de drie doopwijzen: besprenkeling, begieting en onderdompeling. Hoewel er in de Schrift verschillende interpretaties bestaan over hoe de doop werd uitgevoerd, geloven wij dat er symbolische waarde en Bijbelse ondersteuning is voor alle drie de doopwijzen, zoals die werden uitgevoerd met behulp van de trinitarische formule: “In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” Dit benadrukt Gods genade, het verlossingswerk door Jezus en het nieuwe leven dat de Heilige Geest in de doop teweegbrengt. Het is geworteld in de Grote Opdracht van Jezus:

“Ga daarom op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, hen dopend in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” (Matteüs 28:19)

iii) We dopen door besprenkeling omdat we geloven dat dit een legitieme en aanvaardbare manier is die het werk van de Heilige Geest symboliseert in de voortdurende reiniging van iemands leven. (Ezechiël 36:25; Hebreeën 10:22).

iv) We dopen door uitgieten (besprenkeling, uitstorting) omdat uitgieten staat voor Gods uitstorting van de Heilige Geest over iemand (Matteüs 3:16; Marcus 1:9-10; Lucas 3:21-22; Handelingen 2:38; 19:1-7). Het uitgieten van het water over iemand symboliseert de neerdaling van de Heilige Geest, waarnaar de Schrift ook wel verwijst als de doop met de Heilige Geest.

v) We dopen door onderdompeling omdat de praktijk van onderdompeling traditioneel in verband wordt gebracht met Romeinen 6:3-5, waar het begrip begraven en opgewekt worden het sterven en opstaan tot een nieuw leven in Christus weerspiegelt.

vi) We passen geen ’tweede doop’ of herdoop toe, omdat de doop een ‘eens en voor altijd’ transformerende ervaring is. We bevestigen Gods genade die bij de ‘eerste doop’ is verleend. Een ’tweede doop’ ondergaan, impliceert dat de eerste doop niet geldig was. (Zie 6:iii)

6. HOE VOEDDEN WE GEDOOPTE KINDEREN OP?
i) We verwachten van ouders dat ze zich verbinden aan hun verbondsverplichting met God om een kind op te voeden tot een persoonlijke kennis van Christus als hun Heer en Redder. Ouders leggen daarom de heilige gelofte af “het kind op te voeden in de lering en vermaning van de Heer”.

ii) We verwachten van sponsors/peetouders dat zij gelovige mensen zijn die de praktijk van de kinderdoop omarmen en zich ertoe verbinden de ouders te ondersteunen in de christelijke opvoeding en verzorging van het kind en tevens te dienen als een verbinding tussen de directe familie van het kind en de bredere kerkgemeenschap.

iii) We verwachten van de leden van de kerk dat ze zich inzetten voor ‘het gemeenschappelijke leven van aanbidding en dienstbaarheid, zodat alle kinderen in de gemeente kunnen groeien in genade en in de kennis en liefde van God en van zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer.’

iv) We plaatsen gedoopte baby’s/kinderen op een lijst van gedoopte kinderen in elke gemeente om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk gedoopte baby’s en kinderen uiteindelijk worden ingeschreven in de kerkschool en een klas voor leden-in-opleiding. Zo zorgen we ervoor dat er toezicht op deze kinderen blijft en dat ze passend onderwijs krijgen, voor zover ze dat kunnen ontvangen, om hen te motiveren tot christelijk discipelschap.

v) We bereiden gedoopte kinderen voor op deelname aan het Heilig Avondmaal, omdat dit een voorrecht is dat door Gods genade aan alle leden van de Methodistische Kerk wordt geschonken. Daarom verwelkomen we alle gedoopte kinderen die door de kerk en hun ouders zijn voorbereid.

vi) We plaatsen kinderen in leden-in-trainingsklassen om het proces van discipelschap te bevorderen, zoals opgedragen door onze Heer Jezus Christus (Matteüs 28:19, 2 Timoteüs 3:14-16).

vii) We organiseren bevestigingsklassen om gedoopten voor te bereiden op een openbare bevestiging van hun geloof in Christus en hun persoonlijke toewijding aan de weg van Christus. Bevestiging gaat niet in de eerste plaats over het lid worden van de kerk, aangezien dat bij de doop gebeurde, maar geeft degenen die bevestigd zijn de gelegenheid om publiekelijk hun geloof in en toewijding aan Jezus Christus te belijden.

viii) We bevestigen onze doopbeloften
Wanneer we bevestigd worden en onze persoonlijke aanvaarding van en toewijding aan Christus verklaren, erkennen we dat Hij al in ons leven werkzaam was voordat we dat zelf beseften.
Wanneer we van tijd tot tijd onze toewijding/verbond met de Heer vernieuwen

Herbevestigd door de MCCA Faith and Order Commission
7 november 2018, 16:49 uur
Jamaica Methodist District Office, Kingston, Jamaica).

Sign Up for Our Newsletter

Join Us to Stay Updated